Direct naar hoofdinhoud

Geldverslindende dieren zetten DNB aan het werk

Een bizarre titel voor een artikel, toch gebeurde het in 1975 echt. Tijdens het melken wist koe Hermina op slinkse wijze de portefeuille uit het jasje van een veehandelaar te grissen. Een paar keer herkauwen, waarbij een gedeelte werd verorberd door haar buurvrouw, en het was gebeurd: 5700 gulden aan bankbiljetten werden opgeslokt. Blinde paniek bij de eigenaar! De maag van Hermina werd snel leeggehaald tijdens een operatie en bij haar buurvrouw kwamen de biljetten op natuurlijke wijze naar buiten. De biljetten moesten door maar liefst vier koeienmagen heen, dus er was weinig meer van over. Wat nu? Er bleek maar één oplossing: de ranzige resten opsturen naar De Nederlandsche Bank.

Hongerige dieren, lege portemonnees

Het is een geurrijke anekdote, maar geen geïsoleerd incident. Koeien, varkens, geiten, honden, papegaaien, apen en zelfs baby's: sinds de negentiende eeuw melden wanhopige eigenaren zich bij DNB met aangevreten bankbiljetten. Een van de vroegst bekend voorbeelden speelde zich af in Amsterdam in 1897 en haalde zelfs de krant.

In een gezin werd plotseling een bankbiljet van 25 gulden vermist. Moeder had het nog maar kort daarvoor in handen gehad en in haar achterzak gestoken, maar hoe vaak men ook zocht, het biljet bleef spoorloos. Toen opperde de dochter aarzelend een verdachte: Niep, de jonge hond. Die vrat immers alles wat hij tegenkwam.

Toen de zoon des huizes, arts van beroep, thuiskwam en het verhaal hoorde, riep hij de hond bij zich. Niep kwam vriendelijk kwispelstaartend aanrennen, niets kwaads vermoedend. Na een eenvoudig middeltje kwam al snel de waarheid aan het licht. Stukje voor stukje verscheen het vermiste bankbiljet weer uit Nieps maag. De snippers werden zorgvuldig schoongespoeld, op papier geplakt en gedroogd. Nadat uiteindelijk ook het ontbrekende serienummer was teruggevonden, kon het gehavende biljet naar De Nederlandsche Bank worden gestuurd om te worden ingewisseld. De voortvarende aanpak wordt voor de moderne lezer begrijpelijker als we ons de koopkracht van 25 gulden in 1897 realiseren. Dat bedrag vertegenwoordigt in 2026 namelijk een koopkracht van ruim 400 euro!

Sommige dieren richtten zich liever op kleingeld. Zo trof een slager in 1922 in een koemaag: één kwartje, één dubbeltje en één cent aan. Heel kieskeurig was de koe overigens niet, want er kwamen ook twaalf spijkers en één schoenhakje uit de maag tevoorschijn.

Maar niet alleen koeien en honden zijn verdachten. Kranten maakten ook melding van geiten die zich aan bankbiljetten vergrepen. Zo wist een vraatzuchtige geit in 1933 maar liefst 220 gulden aan bankbiljetten uit het vest van een veehouder op te peuzelen. Het bleek ook haar laatste maaltijd, want de reactie van de eigenaar was rigoureus. Hij bracht de geit naar de slachtbank, waar het dier werd ontleed. Gehavend kwamen de bankbiljetten tevoorschijn, waarop de veehouder zich vervoegde bij De Nederlandsche Bank, die "thans onderzoekt of den boer het geld kan worden teruggegeven." De geit was overigens niet het vreemdste geval. Volgens een DNB-anekdote uit 1984 werd ooit een briefje van vijf gulden opgegeten door een rat. Maar dat bleek nog niet het einde van het verhaal. De rat was inmiddels zelf opgegeten door een kat. Om het geld terug te vinden moest uiteindelijk de kat worden opengesneden. Dieren waren dus zowel dader als soms ook de pineut.

Drie koeien, één verdachte

Gelukkig kon het ook diervriendelijker. Een krantenbericht uit 1962 vertelt hoe een veeboer zich rot schrok toen hij ontdekte dat zijn portemonnee met 5000 gulden weg was. Na paniekachtig zoeken werd de politie ingeschakeld. Het plaats delict werd vastgesteld, evenals de verdachten: drie koeien in een weiland. Toen de veearts ter plaatse kwam, werd besloten tot een noodoperatie, zoals die ook plaatsvindt wanneer een koe iets scherps, bijvoorbeeld een mesje, naar binnen heeft gekregen. Maar wie was de hoofdverdachte?

"Wie lust er nog een portefeuille?" vroeg de veearts.

Hij hield koe nummer één een portefeuille voor. Het dier haalde zijn neus op.

Koe nummer twee had evenmin trek in portefeuilles.

Maar ziet: koe nummer drie wilde wél gaan peuzelen.

"Die moeten we hebben," riep de veearts.

De operatie duurde van half twee tot half zes. De koe herstelde voorspoedig en ondervond verder geen blijvende gevolgen. Ondertussen werden de resten van de portefeuille en het geld naar De Nederlandsche Bank gestuurd, waar deskundigen onderzochten hoeveel van de oorspronkelijke waarde nog kon worden teruggevonden. Het opsporen van de schuldige koe bleek echter eenvoudiger dan het reconstrueren van de bankbiljetten.

©DNB: Speurwerk naar opgevreten bankbiljetten in de maaginhoud van een koe, circa 1981. Wanneer bankbiljetten door vee waren opgegeten, moesten DNB-medewerkers soms letterlijk tussen de maaginhoud op zoek naar wat nog aantoonbaar aanwezig was.

©DNB: Speurwerk naar opgevreten bankbiljetten in de maaginhoud van een koe, circa 1981. Wanneer bankbiljetten door vee waren opgegeten, moesten DNB-medewerkers soms letterlijk tussen de maaginhoud op zoek naar wat nog aantoonbaar aanwezig was.

Geld stinkt niet?

Aan DNB de niet zo schone taak om de strontbiljetten te onderzoeken. "Hoeveel kunnen we nog bewijzen?" was daarbij de centrale vraag. De hoogte van de vergoeding hing af van hoeveel van de biljetten nog aanwezig was. Dat moest fraude voorkomen. Als de bank altijd de volledige waarde zou uitkeren, zou iemand één bankbiljet in tientallen stukjes kunnen knippen en die stuk voor stuk inleveren. Zo zou hetzelfde biljet meerdere keren worden uitbetaald.

Was het wel een echt biljet? Hoeveel was er nog aanwezig? Dat kostte een hoop nauwkeurigheid en energie. Collega's moesten muizennesten uit elkaar halen; mest werd uitgespoeld op zoek naar snippers, maaginhoud werd onderzocht (ja, iemand stuurde ooit zelfs een volledige koemaag op naar DNB) en duizenden stukjes papier werden als een puzzel gereconstrueerd.

Toen een wanhopige man zich in 1963 bij DNB meldde omdat muizen zijn bankbiljetten hadden verpulverd, was de Bank niet onder de indruk: de collega adviseerde om overal de plinten te verwijderen en vervolgens alle muizennesten – gemaakt door bankbiljetsnippers! – gewoon op te sturen naar de bank. En zo ging het: na wekenlang zorgvuldig met vergrootglazen en pincetten de nestjes snipper voor snipper te hebben uitgeplozen, kon aan de man vrijwel het gehele bedrag vergoed worden. Dure nesten!

Dat was geen incidentele bezigheid. Midden jaren zestig behandelde DNB jaarlijks ongeveer drieduizend gevallen van beschadigd bankpapier en keerde een kwart miljoen uit. Vier DNB-medewerkers waren fulltime bezig met het reconstrueren van biljetten. Dankzij een speciale opleiding bij de bankbiljettendrukkerij wisten zij precies waar ieder streepje, lijntje en figuurtje hoorde te zitten.

En hoe verging het de bankbiljetten van koe Hermina uit het begin van dit verhaal? Met een wasknijper op de neus hebben de DNB-medewerkers de resten onderzocht. Resultaat: er werden briefjes teruggevonden ter waarde van 3750 gulden. Een smerig en tijdrovend proces: vanwege de heftige stank hielden medewerkers het onderzoeken van de resten hooguit één uur per dag vol!

©NNC / DNB: Door muizen aangevreten biljet van 1000 gulden, circa 1970. Het biljet werd op karton gemonteerd zodat kon worden vastgesteld welk deel nog aanwezig was en voor vergoeding in aanmerking kwam.

©NNC / DNB: Door muizen aangevreten biljet van 1000 gulden, circa 1970. Het biljet werd op karton gemonteerd zodat kon worden vastgesteld welk deel nog aanwezig was en voor vergoeding in aanmerking kwam.

Toen geld nog overal meeging

Waarom gebeurde dit zo vaak? Veel betalingen verliepen contant. Mensen droegen regelmatig grotere bedragen mee, waardoor verlies door hongerige dieren extra impactvol was. Bovendien bewaarden mensen nog dikwijls geld thuis, in plaats van alles op de bank. Het risico op beschadiging of verlies was daardoor groot, zeker bij mensen die dieren hielden. Dat lees je ook terug in een analyse uit 1960:

"Het meest worden vernielde bankbiljetten door boeren gezonden. Men heeft op het platteland kennelijk nog niet zoveel vertrouwen in banken en bewaart er de spaarduitjes nog maar liever, als vanouds, in de kous."

Meer dan een beestenbende

Zelfs wanneer een biljet was verscheurd, aangevreten, herkauwd of verwerkt tot een muizennest, probeerde DNB vast te stellen welke waarde nog aantoonbaar aanwezig was. Deze taak behoort overigens niet tot het verleden. Ook vandaag kunnen mensen bij DNB een vergoeding aanvragen voor beschadigde eurobiljetten en euromunten. Daarbij geldt nog steeds hetzelfde uitgangspunt als vroeger: hoeveel van het geld is nog aanwezig en wat valt nog aan te tonen?

Deze beestenbende laat zien hoeveel speurwerk soms nodig is om vast te stellen welke waarde van beschadigd geld nog aantoonbaar aanwezig is. En soms begon dat werk met een geurend pakketje dat rechtstreeks uit een varkenshok, slachthuis of koeienstal naar Amsterdam werd gestuurd.

De vaste tentoonstellingen

Educatie

Leer alles over de economie

Geldcollectie

Ontdek het geld van toen en nu

Kunstcollectie

Bekijk de kunstwerken