Educatie
Leer alles over de economie
Economen hebben het niet makkelijk in de wereld van 2026. Nu de importtarieven en strafheffingen ons om de oren vliegen, staat de economische logica buitenspel. Deze week kwamen economen van de Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen bij DNB praten over de chaos en hun nieuwe boek.
Want in plaats van bij de pakken neer te gaan zitten, besloten Charles Marrewijk, Steven Brakman en Tristan Kohl het boek ‘Handel als Wapen’ te schrijven. Dit om een verklaring te vinden voor de afbraak van een systeem dat weliswaar niet perfect was, maar dat prima functioneerde.
Het systeem in kwestie is het stelsel van verdragen en afspraken dat na de Tweede Wereldoorlog ontstond onder de vleugels van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). In plaats van naar de wapens te grijpen om aan grondstoffen en producten te komen, stimuleerden landen elkaar via de WHO om dat op vreedzame wijze te doen. Namelijk door te handelen.
Ook dat systeem heeft zijn tekortkomingen, erkennen de drie in hun boek. De globalisering die de wereldhandel voortbracht, leverde het Westen welvaart op en tilde honderden miljoenen mensen in China, Japan en Zuid-Korea uit de armoede. Tegelijkertijd zette het stelsel ook een deksel op de ontwikkeling van de ‘verliezers’, oftewel: de landen in het mondiale zuiden.
Maar door met de knuppel dat stelsel te lijf te gaan zoals nu gebeurt, wordt het Westen binnenkort ook een verliezer, vrezen de drie academici. Niet omdat ze dat willen of vermoeden, maar omdat de cijfers die ze opdiepten uit tweeduizend jaar wereldhandel dat aantonen.
Handelsbarrières beperken de handel, daardoor krimpt uiteindelijk de wereldeconomie. De welvaartstaart wordt op die manier voor iedereen kleiner. Dat zagen we in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Een van de wetenschappers laat een spindiagram op het scherm zien. De buitenste ring staat voor de omvang van de wereldeconomie in 1929. Elke kleinere ring staat voor de omvang van de wereldeconomie in de jaren die daarop volgden.
De boosdoener hier is de Amerikaanse Smoot-Hawleywet uit 1929: een pakket met importheffingen op tienduizenden producten uit de rest van de wereld. De heffingen waren bedoeld om de Amerikaanse binnenlandse economie te beschermen tegen goedkopere buitenlandse spullen. De Amerikaanse economie had hier vervolgens een impuls van moeten krijgen, maar dat gebeurde niet.
Die les lijkt alweer vergeten en Washington grijpt weer naar importheffingen als middel om de economie te beschermen. De schade lijkt vooralsnog mee te vallen, maar dat is misleidend, zegt een van de DNB-economen. Amerikaanse bedrijven zullen in 2026 vrijwel zeker de prijzen voor consumenten gaan verhogen.
Dat dat niet nu al is gebeurd, komt omdat bedrijven flink hebben ingeslagen vóór de Amerikaanse heffingen ingingen. Nu die voorraden stilaan beginnen op te raken, zullen bedrijven de kosten van nieuwe, duurdere producten meer doorberekenen naar de kopers: de Amerikaanse consumenten. Amerikaanse consumenten zullen dus uiteindelijk zelf opdraaien voor de heffingen.
Er wordt in Europa, maar ook daarbuiten volop gesproken over vergeldingsmaatregelen om de Amerikanen ‘terug te pakken’. Maar dat is nergens voor nodig, stelt een van de auteurs. ‘Wij hoeven president Trump geen pijn te doen. Hij doet zichzelf al genoeg pijn. We hoeven ons in Europa zeker niet te laten ringeloren door wat hij en de rest van Amerika ons vertelt dat we moeten doen.’
Het is volgens de co-auteur productiever en zinvoller om de Amerikanen met hun heffingen even te laten uitrazen. Ondertussen kan Nederland via de Europese Unie de banden aanhalen met andere handelsblokken zoals China, India en Zuid-Amerika. Ook de handel binnen de EU kan dan een onderhoudsbeurt krijgen. Dat kunnen we ons prima permitteren omdat de handel met Amerika uiteindelijk maar 20% van onze totale export bedraagt.
Over de intra-Europese handel: daar valt nog veel winst te behalen. De interne markt lijkt namelijk heel volwassen, maar zit nog vol met barrières. 'We zitten in Europa met 27 verschillende belastingregimes, 27 toezichthouders, 27 soorten faillissementswetgeving’, zegt een van de DNB-economen. Dat maakt het voor bedrijven moeilijker om in de hele EU zaken te doen.
Het Amerikaanse tarievenoffensief is voor de overige panelleden een uitgelezen kans om het stelsel dat onder druk staat, maar niet is afgeschreven, eens grondig te updaten. Maar gaat dat ook gebeuren, vraagt een sceptische moderator.
Een van de panelleden heeft er een hard hoofd in. ‘Mario Draghi (de econoom, red.) heeft met zijn rapport Europa wakker geschud, maar we liggen nog steeds in bed.’ Hét voorbeeld van het gebrek aan urgentie is volgens hem de Mercosur-situatie. Begin januari sloot de EU na een kwarteeuw praten een historisch handelsverdrag met Zuid-Amerika. Via een motie in het Europees Parlement werd het verdrag na nog geen twee weken terug in de ijskast gezet.
Ook anderen hebben twijfels. Ja, de noodzaak is evident, maar de praktijk is complex. ‘Je kunt als handelsblok wel zeggen dat je de VS gaat uitsluiten, maar dan zeggen de Amerikanen gewoon dat je geen wapens meer krijgt.’
Een van de auteurs van het boek probeert er een positieve draai aan te geven. ‘Kijk liever naar wat we al hebben bereikt sinds de Tweede Wereldoorlog, van de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal naar een nauw verbonden handelsblok waarbinnen al tachtig jaar geen oorlog meer is gevoerd. Het gaat allemaal langzaam, maar er is intussen wel degelijk iets bereikt.’
Wil je ook eens meepraten over dit soort onderwerpen? Kom dan naar een van onze evenementen in De Nieuwe Schatkamer, de publieksruimte van DNB. Bekijk de agenda en schrijf je in.